top of page

Waarom schrijft ChatGPT soms zo... vermoeiend?

Over het kastlijntje, de 'dilettant' en de angst voor de denksprong


Heb je dat ook wel eens? Je leest een tekst die door AI is gegenereerd en hoewel er grammaticaal of stilistisch niks mis mee lijkt te zijn, overvalt je een vreemde vermoeidheid. ChatGPT strooit met een bijna wanhopige overvloed aan transitiewoorden: "kortom", "desalniettemin", "enerzijds / anderzijds". De tekst hangt aan elkaar van de logische verbindingswoorden, maar de échte, diepe denkkracht ontbreekt.


De Duitse cultuurfilosoof Theodor Adorno kraakte deze code als het ware al in 1956. In zijn fascinerende essay Punctuation Marks (Satzzeichen) schreef hij iets over wat hij de 'literaire dilettant' (de amateur) noemde, wat vandaag de dag griezelig accuraat de essentie van generatieve AI omschrijft: [1]

"Literaire dilettanten zijn te herkennen aan hun verlangen om alles met elkaar te verbinden. Hun producten haken zinnen aan elkaar met logische voegwoorden, zelfs wanneer de logische relatie die door die voegwoorden wordt beweerd, niet opgaat." [1, 2]

De angst voor de leegte

Wat bedoelde Adorno hiermee? Volgens hem zijn slechte schrijvers fundamenteel bang voor stilte, voor fragmentatie en voor de scherpe, ongemakkelijke randjes van de realiteit. Ze gebruiken voegwoorden als een soort taalkundige behanglijm om zinnen kunstmatig aan elkaar te plakken. Ze veinzen een vloeiende samenhang die er in de onderliggende argumentatie eigenlijk helemaal niet is. [1, 2]


Exact dat mechanisme herkennen we vandaag in de standaardtweeklank van AI-teksten: de onbedwingbare neiging om alles glad te strijken, alsof elke overgang vanzelf spreekt.


Grote taalmodellen zijn statistisch getraind om vloeiende, plausibele en voorspelbare patronen te genereren. Ze poetsen alle inherente tegenstrijdigheden, fricties en intellectuele pauzes rigoureus weg. Voor een algoritme is discontinuïteit simpelweg onverdraaglijk. (Een kleine antropomorfe nuance: een algoritme 'verdraagt' natuurlijk überhaupt niks en heeft geen psychologische motieven, maar het mathematische resultaat is hetzelfde: een gladgestreken textuur zonder frictie).


De misleiding van het gedachtestreepje

Interessant genoeg schreef Adorno in ditzelfde essay over de verloedering van het gedachtestreepje, in typografische termen ook wel het kastlijntje of de em dash (—) genoemd. En juist daar zit de linguïstische crux met moderne AI. Wie goed oplet, ziet namelijk dat ChatGPT juist ontzettend veel gedachtestreepjes gebruikt.

Spreekt dit Adorno's stelling dan niet tegen? Integendeel.

De AI gebruikt de em dash exact op de manier die Adorno destijds al bekritiseerde: als een goedkoop, voorspelbaar stijltrucje om ons retorisch voor te bereiden op een 'verrassing' die door datzelfde trucje al geen verrassing meer is. Het is een louter cosmetische ingreep om een zin 'lekker vlot' te trekken en de lezer mee te sleuren in een schijndynamiek.


Het échte gedachtestreepje, zo stelt Adorno, durft te breken. Het toont de plek waar het menselijk denken stuit op echte twijfel, waar het weigert een valse verbinding te leggen, of waar het een radicale, creatieve denksprong maakt. Die eerlijke frictie ontbreekt bij AI. Daar is het streepje geen breuklijn, maar een berekend, voorspelbaar patroon. [1]


De stijl verraadt het denken

Vanuit denkadviseren bezien, fascineert het me hoe de linguïstische stijl van onze communicatie direct reflecteert hoe (diep) er werkelijk is nagedacht. Of een tekst nu uit een neuraal netwerk of uit een menselijk brein rolt: zodra taal té glad, té verbindend en té vrij van pauzes wordt, boeten we in aan intellectuele scherpte.


Echte denkkracht zit niet in het comfortabel aan elkaar lijmen van zinnen. Het zit in de durf om de frictie op te zoeken, de taal nauwkeurig te fileren en de betekenisvolle stilte te durven laten staan. [1, 2]

Hoe kijk jij naar de gecorrumpeerde taal van AI? Durven we in onze organisaties en communicatie de noodzakelijke frictie nog toe te laten?





Bronvermelding:


Adorno, T. W. (1991). Punctuation marks (S. W. Nicholsen, Vert.). In R. Tiedemann (Red.), Notes to literature(Vol. 1, pp. 106–111). Columbia University Press. (Origineel werk gepubliceerd in 1956) [1, 2]


(In de standaard gecombineerde paperback-editie van Notes to Literature beslaat het essay 'Punctuation Marks' de pagina's 106 tot 111. Het citaat over de literaire dilettant bevindt zich op pagina 107)

Opmerkingen


INSCHRIJVEN DENKADVIESBRIEF

Verzonden. Dank je voor je interesse!

ADRES

Bezoekadres (op afspraak):

'Villa Mollerus'

Mollerusstraat 1 

3743 BW

Baarn

[Postadres: hier]

CONTACT

Telefoon: 06-13330614

E-mail:  info[at]DENKADVISEREN.NL

KLEINE LETTERS

Volg ons:

  • DENKADVISEREN.NL op Facebook
  • DENKADVISEREN op X
  • DENKADVISEREN.NL op LinkedIN

© DENKADVISEREN.NL 2026 | Ontwerp & realisatie: J.C.F. Stevens

bottom of page