De Organisatietwijfelaar

Bijgewerkt op: 13 aug 2021

— Column door: Jorrit Stevens


Toen ik vrijdag tijdens een bezoek aan het North Sea Jazz-festival, tussen de concerten door, een mojito dronk en een pannenkoek at, las ik iets prachtigs. Op het tafeltje waaraan ik zat, lag, bedekt onder hoopjes poedersuiker, een verfomfaaid exemplaar van het Cultureel Supplement Extra van NRC Handelsblad over het festival. De kop luidde: ‘ter wereld’. De linkerpagina en daarmee het eerste deel van titel en artikel ontbrak. (Na een stroopvlek:)

Treuzelen is bij Bley vooral een vorm van terughouden, het moment waarop hij de teugels laat vieren, uitstellen. Hij komt dan wel steeds te laat (als je er zo over zou willen denken), maar hij komt nooit ergens zomaar. Hij heeft de tijd de mogelijkheid gegeven een ander lot voor hem te bedenken".

Vandaag, in ons werk, zagen wij onszelf wellicht bij voorkeur nog als ‘(pro)actieve’, ‘enthousiasmerende’, ‘dynamische’ medewerkers en managers met ‘drive’, ‘hands-on-mentaliteit’ en ‘zakelijke slagkracht’. In de werkwereld schijnen dat immers bewonderenswaardige eigenschappen te zijn. Door de schrijver van het artikel wordt nu het min of meer tegenovergestelde: ‘treuzelen’ en ‘uitstellen’, als bewonderenswaardig benoemd. Het levert zelfs een eerbetoon op waarin de treuzelaar als meester wordt voorgesteld. Ik ga naarstig op zoek naar een antwoord op de vraag of ik deze trekken bezit.