Jorrit: ‘Ieder die de geestelijke vermogens heeft om een probleem te bedenken, kan het ook oplossen'

Bijgewerkt op: 23 jan.

Interview door Ingrid van Rossum & Paul Toebes met Jorrit Stevens over denkcoaching


“De term coaching wordt natuurlijk veel gebezigd, in organisaties, in voetbalelftallen. Toen ik startte, dacht ik te weten wat coaching was, maar elk gesprek en elke coachee maakt coaching weer anders en uniek. Er is niet één definitie. In het woordenboek staat zoiets als ‘iemand begeleiden bij het bereiken van iets’. In die zin zie ik mijzelf niet per se als coach. Daarom ben ik ook ‘denkcoach’ en niet een ‘mee-doe’ coach. Ik voel me daardoor vrij om overal vraagtekens bij te zetten. Het in de woordenboekdefinitie genoemde ‘bereiken van iets’, is niet persé van toepassing op de manier waarop ik coach. In mijn praktijk zeggen mensen vaak allerlei doelen te willen bereiken, zich niet realiserend dat daar vaak de onrust vandaan komt of dat dát willen juist onderdeel van het probleem is. Ik ga hen dus niet klakkeloos helpen die doelen te bereiken, maar stel vragen of zeg tegen ze: ‘Doe niet zo gek!’ of ‘Hou daarmee op!’ Daardoor valt er soms juist een last van hun schouders. Ik moedig ze aan om reflectief naar zichzelf, hun aannames ofwel gedachten en hun doelen of ideaalbeelden te kijken.”


De fabriek en het gras

“Klanten die bij mij komen, zitten vaak in het leven dat ik ‘de fabriek’ noem. In ‘de fabriek’ is het hier en nu nooit goed genoeg. Men komt in een fabriek of organisatie nooit bij elkaar om te zeggen: ‘Het is af! Jullie kunnen nu allemaal iets anders gaan doen. Ga genieten!’

Portret Jorrit Stevens | © Photo courtesy of Monk Maddox | Hommage à Magritte
Jorrit Stevens — Photo courtesy of Monk Baxter Hommage à Magritte

Nee, het moet morgen altijd beter, sneller, efficiënter en mooier dan vandaag. Dat denken en ijverig doen kan heel leuk zijn, maar je kunt er ook behoorlijk in vastlopen. Mensen die als coachee bij mij komen, willen vaak nóg meer doen om dingen te bereiken, terwijl ze al op de toppen van doenerigheid presteren. Als je dat aandachtig beluistert, dan hoor je dat dit soms juist het tegengestelde zal opleveren van wat men wil bereiken. Dat men veel liever terug wil keren naar de rust, naar de wereld van ‘het gras’. Dat is in mijn termen de wereld die tegenover die van ‘de fabriek’ staat. Zo’n grasspriet vraagt zich namelijk niet af ‘Hoe moet ik groener, sneller, beter?’. Die staat daar gewoon en zelfs daar is ’ie zich niet bewust van. Hij is gewoon zoals ’ie is. Als je als denkcoach de coachee met zijn ‘fabrieksdenken’ terug laat keren naar het ‘gras’, mijmeren ze soms glimlachend wat en roepen iets als ‘Dat geeft me ruimte!’ Die ruimte hadden ze natuurlijk altijd al, maar in ‘de fabriek’ kunnen ze door alle drukte wel eens het gevoel krijgen dat ze die ruimte zijn kwijtgeraakt.”


Taalspel

“Het is niet zozeer mijn verdienste dat coachees die ruimte ineens weer ervaren. Ik geef ze alleen wat keelklanken, taal. Daarmee doen ze iets in hun hoofd, iets waar ik volledig buiten sta. De coachee verricht de denkarbeid, daarom heet het ook denkcoachen. Eigenlijk coacht de coachee dus; niet ik. Dat is nogal een andere benadering dan vrijwel alle andere coachvormen hanteren. De coachee leert anders te kijken naar de situatie waarin hij zit op een manier waarop hij er vreugde aan beleeft in plaats van deze als problematisch te ervaren. Als iemand je een probleem voorlegt, kun je als denkcoach aan de taal horen hoe diegene komt tot dat denkconstruct, zoals ik een probleem wel noem. Hij heeft een selectie aan waarnemingen die hij presenteert als een feitelijke werkelijkheid. Daar geeft hij allerlei betekenissen aan die hij als problematisch ervaart. Betekenissen die hem blokkeren, boos of verdrietig maken. Meestal klinkt in zijn taal ook zijn ideaal door. Omdat dit ideaal niet strookt met zijn werkelijkheid, maar hij dit wel wil bereiken, schakelt hij de coach in. Je kunt hem dan aanmoedigen dat ideaal te bereiken. Je kunt hem als coach ook verleiden, zo van: ‘Laat dat ideaal eens los, of bedenk eens een ander ideaal, dan komen we er ook…’ Misschien is hij in staat om andere betekenissen te vinden voor dezelfde feiten. Of een andere waarneming ook andere feiten te selecteren. Zo speel je een ‘taalspel’ met elkaar, waardoor er speling ontstaat in dat wat de coachee als vaststaand problematisch ziet. Dat lucht meestal op.

Taal, de subtiele verleider...
Taal, die subtiele verleider...

Het draait om taal en kwaliteit van aandacht. Met taal kun je verleiden anders te denken dan je deed en andere werkelijkheden produceren dan de ‘problematische’ waarmee een coachee meestal binnenkomt. Hoewel je als coach natuurlijk vooral goed aan het luisteren bent, naar wat gezegd wordt én naar de tekst die niet wordt uitgesproken. Ik ben vooral gericht op wat zich in het ‘hier en nu’, dus ter plekke afspeelt. De coachee legt iets voor, daar reageer ik op als denkcoach, waarop de coachee weer reageert. Dan wordt het spannend, want hij kan dat wat ik zeg op allerlei mogelijke manieren interpreteren. In zijn voordeel of in zijn nadeel. Blijft hij erbuiten, gaat hij het aan? En hoe verhoudt dat zich tot het probleem of vraagstuk waar hij coaching bij wenst? Ook lichaamstaal speelt een rol. Hij gaat wellicht voorover zitten, engageert zich ter plekke, terwijl hem dat ‘daar en dan’ op zijn werk niet lukt. Misschien krijgt hij wel een boze rimpel op z’n gezicht van ‘Hoe durf je dat te zeggen!’ Hoe is dat te relateren aan het probleem daar en dan in zijn organisatie, wat hij hier nu bij mij als coach, in taal beschrijft. Hij zegt iets en tóónt vaak ook iets. Taal roept van alles op en is een subtiele verleider waar we vaak ruw mee omgaan.”


Verbinding

“Het kan zijn dat zowel een coachee als ik even ontroerd raken tijdens een gesprek. Ik sprak een keer met iemand, die tegen mij zei: “Ik ging op vakantie, zat in mijn tent en zag een spoor mieren door mijn tent heen lopen. Normaalgesproken zou ik ze doodgetrapt hebben, maar nu heb ik ze heel voorzichtig om mijn tent geleid. Dat is het, hè...? Dat is het...” En ik voelde precies wat hij bedoelde, hoewel we het beiden niet onder woorden konden brengen. Aandacht voor wat waardig is, niet alleen voor wat nuttig is, zoiets raakt eraan maar is het niet. Een verbinding met een coachee kun je echt voelen, maar die verbinding kan ook gevaarlijk zijn.

Als je je te veel verbonden voelt met wat de coachee inbrengt, dan is het moeilijker uit de pas lopen als coach. Je moet het probleem begrijpen, maar je vooral ook blijven verwonderen. De coachee kan de dialoog op een bepaald moment als verbindend ervaren. Ik merk dat zelf ook, maar niet altijd. Natuurlijk heb ik een bepaalde verbinding, anders kun je geen goed gesprek voeren, maar ik laat me geen onderdeel maken van het probleem of de oplossing. Het helpt de coachee niet om zijn vastzittende gedachten te ontstroeven als ik me te zeer óók in zijn groef bevindt, te veel méévoel, méédenk of mééleef. Tijdens de opleiding leer je: je zit tegenover een vleesklomp waar taal uit komt. En zelf heeft de denkcoach geen ik-bewustzijn. Dat eerste is uiteraard ook didactisch bedoeld: met een vleesklomp kun je je niet vereenzelvigen, dus hou je automatisch een beetje afstand. Die afstand is nodig om je te kunnen blijven verwonderen. Teveel vereenzelviging en ‘begrip’ voor de klant of diens situatie staat daaraan in de weg. Zo van: ‘Tsjonge, dat die klant dát nou zegt: opmerkelijk!’ Deze metaforen, zoals 'vleesklomp waar taal uit komt', bedacht door Edu Feltmann, roepen bij mensen die leren denkcoachen eerst soms weerstand en verwondering op. Pas later wordt dit gedachtegoed - en vooral de bijpassende houding - begrijpelijker en invoelbaar voor de aspirant-denkcoach. Dan wordt het ook echt leuk. Je moet er namelijk een beetje mee kunnen spelen.”


Hosanna!

“Eén gesprek is vaak al voldoende. Het is een hele aandachtige manier van een gesprek voeren. Dat kan leuk zijn, maar ook verdrietig. Sommige coachees ervaren dat zij niet meer op de hoge toppen van hun gevoelsleven zitten, terwijl ze vinden dat ze hun leven in een soort continue Hosanna!-stemming moeten doorbrengen. Maar in het leven is er ook een kant van intens verdriet of het niet lukken van dingen. Het niet erkend worden, even geen toppen beleven, je teleurgesteld voelen, hoort ook bij het leven. Dat heeft juist niet met ‘doelen bereiken’ te maken. Eerder met aanvaarden, loslaten, niet-doen, er zijn. De denkcoach schuwt deze kant van het leven niet. Misschien grijpt diegene niet euforisch naar het hoofd na afloop, maar is er juist een trillende onderlip en een moment van wegkijken. Maar zelfs dan ervaart de coachee het vaak als een goed gesprek. Een heel goed gesprek met je geliefde, buurman of volslagen vreemde is niet per se anders. Ik hoop dan ook dat in de toekomst iederéén afwisselend coach en coachee voor elkaar kan zijn. Dat het minder exclusief wordt dan het nu is, waarbij er maar één iemand - de coach - is die de problemen aanhoort en daarmee uitsluit dat de ander ook coachende gedachten kan bieden. Ieder mens kan afwisselend voor elkaar de coach- en coacheerol vervullen. ”


Op een bankje

“Het is paradoxaal: aan de ene kant is coaching een te leren vak, aan de andere kant kan iedereen het. Iedereen heeft wel eens een goed gesprek met een ander. Een gesprek waarvan je daarna zegt: ’Ik heb dat echt als coachend ervaren!’ Er gaat naast een vorm van ‘aandacht doen’ en de professioneel belangeloze houding van de denkcoach, ook best wat vaktechniek schuil achter denkcoaching. Zo is de denkcoach vertrouwd met wezenlijke begrippen en leerstukken uit taalfilosofie, taalkunde en het differentiedenken. De klant merkt daar niets van, hoeft daar geen last van te hebben haha, maar ik zou als denkcoach niet zonder kunnen. Het zijn interventies, verleidingen door middel van taal waardoor je talig en qua denken uit de pas loopt bij wat de coachee inbrengt. Die wordt verleid om zijn ‘verstroefde’ denken - zoals ‘het kan niet anders dan dat die afdeling op de schop moet’ - te ‘ontstroeven’. Andere niet-problematische of zelfs vrolijkmakende werkelijkheidsinterpretaties zijn ineens wél denkbaar voor de coachee.

Ik heb weleens met een bevriende denkcoach - zittend op een bankje bij een gemeente - gratis denkcoaching aangeboden. Daar kwamen mensen die allerlei soorten problemen en vragen hadden. Tot onze verrassing werden dat hele goede gesprekken, voor ons, maar ook voor die mensen. Het merendeel ging ook probleemvrij weer verder. Dat was ontzettend leuk om te doen. Gewoon een belangeloos gesprekje op een bankje met een toevallige voorbijganger.”


Gevoelsmiljonair

“Het valt me op dat er tegenwoordig veel meer coaches zijn en er een soort ernst omheen hangt. Je bent wel of geen coach. Ik weet niet of er meer behoefte is aan coaching dan vroeger. Mensen vragen mij: ‘Wat doe jij als coach?’ Ervan uitgaande dat het dus een doen is, want iedereen moet iets doen, terwijl denkcoaching veel meer in het niet-doen zit. Ik antwoord dan wel ‘Geen idee. Adviseren en coachen blijft raadselachtig’. Misschien is het antwoord wel ‘aandacht’, vanuit innerlijke beschaving en waardigheid. Gevoelsmiljonair kunnen zijn. Ik bied de klant de mogelijkheid om zichzelf ‘uit de problemen te denken’. Ik heb hele slimme klanten. Iemand die in staat is om een probleem te bedenken, is namelijk ook in staat denkarbeid te verrichten om datzelfde probleem op te lossen. Als coach heb ik geen grip op wat er in het hoofd van de coachee gebeurt. Het kan ook zijn dat de klant het bosje bloemen op tafel ziet en zegt: ‘Nu heb ik het!’ Is dat dan mijn verdienste als coach? Denkcoaching doe ik vooral voor mijn plezier. Het heeft iets romantisch, iets magisch om met elkaar, verwonderd, nieuwe taal, werkelijkheidsbeelden en gevoelens uit te wisselen die beiden van tevoren niet konden bevroeden. Dat ontstáát daar ter plekke. Elk denkcoachingsgesprek is dan ook volstrekt uniek. Verder begeleid ik groepen en adviseer ik mensen in organisaties. Haast nergens worden meer problemen bedacht dan in organisaties. Ook binnen een organisatie worden allerlei feiten waargenomen en er problematische betekenissen aan toegekend. Ik heb niet zozeer een persoonlijke missie. Ik vind het een vreugdevolle bezigheid om te spelen met taal en ‘aandacht te doen’. Het is bijzonder hoe mensen met hun denken telkens weer in staat zijn problemen te creëren die overigens ook behoorlijk ernstig kunnen zijn. Met ander denken zijn ze in staat die problemen weer op te lossen. Ik mag daar als het ware als een gast, op uitnodiging van de coachee, tijdelijk bij aanwezig zijn. En telkens ontfutselen we samen iets van wat het raadsel van denkcoachen kan zijn. Tijdens zo’n denkcoachgesprek ontstaat er soms kennelijk ‘iets anders’ dat kan ontspruiten en vrijheid doet herleven. Dat vind ik soms pure poëzie.”


* Waar Jorrit hierboven spreekt in mannelijke vormen als ‘hij’, ‘hem’ en ‘zijn’, bedoelt hij ook vrouwelijke vormen als ‘zij’ en ‘haar’.


Drs. Jorrit Stevens is (mede-)oprichter van GrasFabriek en DENKADVISEREN.NL en werkt zo'n twintig jaar als denkadviseur, designer en leer- en ontwikkelbegeleider; eerst bij grote bekende adviesbureaus en sinds ruim 10 jaar schudt hij de boel op als zelfstandige.

___


Wat mensen soms niet weten is dat denkadviseren ook erg geschikt is als coachingsvorm en bij het begeleiden van groepen of teams: denkadviserende (team)coaching ofwel denkcoaching genoemd. Ingrid van Rossum en Paul Toebes, beide verbonden aan Shebang Coaching, interviewden ‘onze’ Jorrit Stevens over denkcoaching. Copywriter en storyteller Mirjam Schram van MIR Communicatie heeft het uitgewerkt en op papier gezet.

___


Wil jij ook leren Denkadviseren? Schrijf je dan in voor:

De roemruchte Opleiding & Leergang tot Denkadviseur:


Bovenstaande opleidingsmogelijkheden zijn los van elkaar te volgen.

95 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven